Geert van Itallie

“Uitgaan moet als cultuur gezien worden”

Als algemeen en artistiek directeur van de Melkweg leidt Geert van Itallie een van de oudste clubs van Amsterdam. Sinds de jaren 70 heeft de locatie het Amsterdamse nachtleven in veel verschillende fases meegemaakt. Anno 2017 lijkt onze clubcultuur sterker en populairder dan ooit te voren. Te gek, maar het brengt ook (nieuwe) problemen met zich mee. Stichting N8BM A’DAM ging langs Van Itallie voor een inhoudelijke gesprek over oneerlijke concurrentie, gemiste kansen van Amsterdam Marketing en uitgaan als vorm van cultuur.

Samen met Gert van Veen en Sjoerd Wynia heb jij de Amsterdams Overleg Club in het leven geroepen. Kun je daar wat meer over vertellen?
“Directe aanleiding was de verdeling van de 24-uursvergunningen, we hadden toen een gezamenlijk belang dat dit niet tot oneerlijke concurrentie zou leiden en een te snelle toename van clubs. Groei is goed, maar het moet wel steady gaan. We hadden een gemeenschappelijk doel en gaandeweg hebben we het dat kunnen uitbouwen naar bijvoorbeeld city marketing, hoe we regulering kunnen verbeteren, gemeentelijke vergunningen en praktische dingen.”

Waar richt dit overleg zich nu op?
“Ons doel is nu om met Amsterdam Marketing op te trekken. Niet alleen tijdens ADE, eigenlijk staat Amsterdams nachtleven ieder weekend aan de Europese top. Daar moeten we niet te bescheiden in zijn, we hebben hier een fantastisch aanbod. Dat moeten we veel meer uitdragen en inhoud geven.”

Beter dan, zeg, Berlijn?
“Als je Amsterdam met Berlijn vergelijkt denk ik dat in Amsterdam de diversiteit veel groter is. Het type clubs dat in Berlijn ongeëvenaard is, dat komt er steeds meer bij in Amsterdam. Als je kijkt wat er allemaal is en wat voor publiek dat trekt, dan hebben we een uniek aanbod.”

Dus ze zouden zich moeten richten op de nachttoerist?
“Amsterdam Marketing heeft veel stappen zijn gemaakt in het aantrekken van toeristen door het ‘Rode Loper beleid’. Dus de opening van het Rijksmuseum, het Van Goghmuseum, dat fantastisch loopt, en het Stedelijk. De discussie is nog veel te of/of. Moet de marketing daarop gericht zijn, of moet het gericht zijn op het ‘culturele uitgaanstoerisme’, zoals ik het zelf noem. Dus de toeristen die overdag hoogcultuur tot zich nemen, en ’s nachts ook nog willen uitgaan. Ik denk dat die overlap onderschat wordt. Uitgaan zal nooit hoogcultuur worden, maar het is wel belangrijk dat het überhaupt als cultuur gezien wordt.”

Gemiste kans dus?
“Het is een gemiste kans om toeristen die voor het clubben naar Amsterdam komen niet als nieuwe kunstgebruikers gezien worden. Zo hebben wij tijdens Nacht voor de Nacht onze samenwerking met het Van Goghmuseum in de Galerie. Van Goghmuseum deed eigenlijk spontaan hieraan mee, omdat het ook het gezamenlijke belang ziet en we elkaar daarin kunnen versterken. Ik zou graag zien dat dit soort samenwerkingen in een collectief marketingbeleid gezet zou worden.”

Welke plek heeft Melkweg in het Amsterdamse club landschap?
“Melkweg, en Paradiso trouwens, zijn twee van de weinige clubs die aan een dubbele programmering doen. Dus eerst een concert en dan een clubavond, dat zie je in de wereld bijna niet. Dat neemt met zich mee dat we nooit gezien worden als een hippe club, want we zijn ook gewoon een concertzaal. Dat bijt elkaar in het imago. Maar de Melkweg heeft wel de rol gespeeld die nu de clubs nu spelen en dat is cutting edge elektronische muziek programmeren.”

Waarom is diversiteit zo belangrijk voor de Melkweg?
“Tien jaar geleden stonden wij qua elektronische muziek op het punt waar nu De School staat. We hadden een erg vooruitstrevende programmering, meerdere avonden per week zelfs. Dat is lastiger geworden nu er zoveel andere clubs bij zijn gekomen. Dat heeft er voor gezorgd dat we diverser zijn gaan programmeren, met meer focus op diverse subculturen. Diversiteit zit in ons DNA. Het is niet dat het ons geen moeite kost: we zijn er intensief mee bezig. Dat begint bij de programmering en als dan meerdere subculturen zich prettig voelen bij je zaal, kun je dat uitbouwen naar partnerships en nieuwe publieksgroepen die we nu niet makkelijk binnen krijgen. Mooi voorbeeld is natuurlijk hiphop nacht Encore, maar zo zijn er meer nachten die bijdragen aan diverse Melkweg.”

Heeft dat ook zijn weerslag op de Melkweg zelf?
“Diversiteit zit in de 4 P’s. Programmering, Publiek, Partners en Personeel. Mijn ervaring is dat als je op bepaalde doelgroepen richt in de programmering, dat je deze doelgroep ook vanzelf als personeel binnen krijgt. Ouder personeel gaat op een bepaald moment weg want die identificeert zich niet meer met het programma, en zo heb je een natuurlijk verloop. Wat moeilijker te mengen is, is bijvoorbeeld de Raad van Bestuur, daar moeten we actief naar opzoek gaan en andere prioriteiten in stellen. Maar ook in het management en achter de schermen zitten steeds meer mensen van allerlei verschillende achtergronden.”

Waarom is dat belangrijk?
“Het heeft natuurlijk ook een economisch aspect en clubs moeten ook economisch denken. Als je naar de lange termijn kijkt en je kijkt naar de samenstelling van de Nederlandse bevolking moet je daar als club daarin je positie in bepalen. Als je je doelgroep uitkiest, bijvoorbeeld hippe jongeren, blank, hoogopgeleid; dat kan prima werken, maar zelf denk ik dat je als club, als ondernemer, met diversiteit bezig moet zijn. Daarnaast zijn we een culturele instelling dat de breedte van de bevolking moet bedienen. Dat zouden we wel wat meer moeten uitdragen, en andere Amsterdamse clubs ook.”

Nacht voor de Nacht 25 februari 2017 MelkwegLees hier het artikel over Melkweg

foto door Raymond van Mil