Judocus van Soest

creëert droomwerelden met handgemaakte dia’s

In een tijd waarin met digitale middelen op visueel gebied zo’n beetje alles mogelijk is, blijft visueel kunstenaar Judocus van Soest (57) trouw aan zijn handgemaakte dia’s en analoge projectoren.

Het zijn de vroege jaren tachtig wanneer Van Soest er spelenderwijs achter komt dat je met dia’s, meerdere projectoren en een flinke dosis creativiteit, bijzondere composities kunt maken. Het diaglaasje vormt daarbij zijn canvas. “Je kunt oneindig opzoek gaan naar transparante dingen of vormen die je kunt projecteren”, vertelt Van Soest over de charme van het medium. De dia’s maakt hij met de hand. Daarbij experimenteert hij met allerlei materialen: olieverf, inkt, het blad van een boom of gebroken glas. “Als je glas kapot slaat krijg je een heel mooi beeld van de verwringing van het materiaal.”

In Club Mazzo (Amsterdam, 1980 – 2004) ziet hij voor het eerst hoe beeld, licht en ritme een ruimte volledig kunnen transformeren. “Ik vond het fascinerend om te zien. Ik wilde ook iets aan die wereld toevoegen.” Hij ziet in het nachtleven een ideaal podium voor zijn werk. In het begin trekt hij met zijn dia’s voornamelijk door de alternatieve scene. Later, wanneer in de jaren negentig de house haar hoogtijdagen beleeft, projecteert hij ook op grote dancefeesten en -festivals.

Zo komt hij in 1996 in contact met Marcel Mingers die dat jaar voor het eerst Extrema Outdoor gaat organiseren. Van Soest wordt voor het tweedaagse festival gevraagd als vj en zal dat uiteindelijk een aantal edities doen. Tussen 1998 en 1999 reist hij zelfs mee naar Ibiza waar de organisatie een aantal avonden organiseert. Daar projecteert hij in legendarische clubs als Pacha, Space, Amnesia en El Divino. “Dat was een hele avontuurlijke en leuke tijd, maar ook heel chaotisch. De dancescene was toen nog helemaal niet zo professioneel als nu. De posters moesten we zelf opplakken, ook organiseerden we optochten ter promotie van de evenementen. We waren daar met een groep van twaalf mensen. Er was geen hiërarchie, Marcel stond daar zelf met ducttape in zijn handen.”

“Het is geen platte pixel: bij alles wat je in een diaprojector stopt en projecteert zie je het reliëf”

Voedingsbodem
Volgens Van Soest heeft de vrijheid van de jaren tachtig geleid tot een hele creatieve scene. Een vruchtbare voedingsbodem waar ook hij zich heeft kunnen ontwikkelen. “Er werden toen veel dingen gebouwd en gemaakt. De kraakwereld schiep ruimtes waar feesten georganiseerd konden worden. In die tijd was het nachtleven nog helemaal niet geprofessionaliseerd. Veel dance-organisatoren hebben zich in die scene kunnen ontwikkelen. Door die vrijheid is dance in Nederland tot bloei gekomen.”

Die vrijheid mist Van Soest weleens. Hij betreurt dat er bijna geen plekken meer zijn waar creatieven vrij kunnen experimenteren. “Nu zijn de festivals meer de plek om te experimenteren. Ik heb op festivals veel mooie dingen kunnen maken. Zeker op meerdaagse festivals waar ook veel creatieven bij elkaar komen. Maar het is jammer dat zoiets alleen kan plaatsvinden op gereguleerde plekken, zoals binnen de omheining van festivalterrein. Vroeger gebeurde dat gewoon in de openbare ruimte; kwamen mensen rondom een kampvuur bij elkaar en reden de travestieten op brommers door de straat.”

Diepte
Tegenwoordig kun je Van Soest aan het werk zien op grote evenementen als Master of Hardcore, HYTE en Landjuweel. Het vj-en doet hij nog steeds analoog: dat betekent geen computers, geen beamers, maar alleen met zijn met de hand gemaakte dia’s en projectoren. “Het beeld wat je met analoog projecteren te zien krijgt heeft een bepaalde diepte. Ondanks dat het diaglaasje dun is, kun je het op verschillende punten scherpstellen. Het is geen platte pixel: bij alles wat je in een diaprojector stopt en projecteert zie je het reliëf, de verschillende lagen en het dikte-verschil terug op het scherm. Je kunt dit het best vergelijken met een glas-in-loodraam waar de zon doorheen schijnt. Dat vind ik het mooie van het analoog projecteren.”

Tijdens Nacht voor de Nacht op 24 februari kun je zijn werk zien op de gevel van RADION. “Ik heb een stuk of twaalf projectoren. Ik heb het idee om iets met bollen en stippels te doen. Deze tijd wordt heel erg bepaald door de microfoons en camera’s. De techniek wordt oneindig uitgebuit. Op elke hoek van de straat hangt een camera, in onze telefoons zit er een. Ik wil een compositie doen over dit thema, met stippels en bollen. Ogen en speakers hebben ook een ronde vorm. Het refereert ook naar de mensen in de club; die hebben ook een oog en een oor. Het is een reflectie van wat er binnen gebeurt.”

Sinds kort is Van Soest ook bezig met het vereeuwigen van zijn werk. Hij vindt het zonde dat veel van zijn beelden verdwijnen in de vluchtigheid van het nachtleven. Een aantal olieverf dia’s die hij de afgelopen jaren tijdens vj performances heeft gebruikt, heeft hij digitaal bestendigd en geprint. Deze afdrukken heeft hij verwerkt in een lichtobject zodat de dia ook zichtbaar is zonder gebruik van een diaprojector. “Nu word ik toch een beetje een kunstenaar, weg van de dansvloer.”

Nacht voor de Nacht 25 februari 2017 RadionRADION doet mee aan Nacht voor de Nacht.
Bekijk hier het programma.

Judocus van Soest. Foto Raymond van Mil